Welzijnswerk in de 21e eeuw.
21-11-2005Welzijnswerk in de 21e eeuw.
Oorspronkelijk geplaatst op 3/11/2005
Over de herijking van het Leids welzijnswerk wordt al (te) lang gesproken. Een frisse kijk is hard nodig en gedachten moeten in daden worden omgezet.
De invoering van de WMO en de vermaatschappelijking van de zorg zullen nieuwe eisen stellen aan de welzijnswerkers. Daarnaast staan de welzijnsbudgetten al jaren onder druk, terwijl er vanuit het welzijnswerk geen veranderingen in de organisatie en aanpassingen aan de huidige eisen worden aangedragen. De zeventiger jaren zijn definitief over: De grenzen tussen zorg en welzijn vervagen en er bestaat steeds meer vraag naar welzijnsbeleid gericht op maatschappelijke participatie en integratie. Aan de andere kant zien we dat steeds meer instellingen zich met welzijnswerk en daaraan verwante activiteiten bezig houden. In Leiden zijn dat b.v. de SDL en de woningbouw corporaties. Het gevaar van overlapping en inefficiënt werken groeit daarmee.
Wij constateren een verkokering van aanbod, frustraties bij de vrijwilligers, overlap van activiteiten, onduidelijkheid bij cliënten en weinig (meetbare) resultaten voor de tientallen miljoenen euro,s die jaarlijks in de welzijnspot verdwijnen . Voor de inwoners van Leiden, voor wie deze gelden en activiteiten bedoeld zijn is de route naar welzijnsland nauwelijks nog te volgen. De hardwerkende vrijwilligers zien met lede ogen de bureaucratie en inefficiëntie van de instellingen aan en de Raad heeft moeite met het controleren van uitgaven en rendementen.
Tijd voor een kaderstellende discussie.
De Raad van Leiden zou zich volgens de VVD moeten afvragen;
-welke resultaten willen we bereiken,
-welke producten zijn daarvoor nodig,
-welke prijs willen we daarvoor betalen,
-hoe kunnen we dit controleren,
-hoe organiseren we dit.
De VVD heeft de navolgende uitgangspunten :
A DOEL VAN DE MAATSCHAPPELIJKE DIENST VERLENING:
Een antwoord bieden op vragen uit de samenleving, teneinde de sociale
cohesie, maatschappelijke participatie en integratie te verbeteren.
B VISIE:
Het welzijnswerk moet vraaggericht werken.
Leidraad moet zijn: " wat vraagt de samenleving en/of de individuele
cliënt, niet wat wil de welzijnswerker".
C ORGANISATIE:
Het welzijnswerk moet worden ondergebracht in een plat organisatie model,
met een minimum aan overhead. Verschillende aanbieders kunnen intekenen op
de door de samenleving gewenste producten.
WAT ZOUDEN WE VOLGENS DE VVD, IN IEDER GEVAL MOETEN DOEN
De navolgende punten zijn niet limitatief. Zij zijn een uitnodiging tot verder nadenken en discussie.
1 Wij moeten wijk/buurtgericht gaan werken . Het buurthuis dient centraal
te staan zowel in de wijk als in het welzijnswerk. Ook zorginstellingen zouden een buurthuis functie kunnen hebben.
2 Wij moeten er voor zorgen dat meer bewonersparticipatie mogelijk is; de
buurthuizen moeten een buurtfunctie krijgen en zelfstandig kunnen
functioneren; het moeten ontmoetingsplaatsen worden voor een ieder die
daar behoefte aan heeft: jong/oud, allochtoon/autochtoon.
3 Ieder buurthuis zou een "buurthuiskamer" moeten hebben waar een ieder
welkom is: een ontmoetingsplaats van en voor de buurt. Daarnaast zouden ook
de "Raad en Daad" winkels vanuit de buurthuizen kunnen opereren.
4 Accommodatiebeleid moet erop gericht zijn deskundige en begrijpelijke
informatie te verschaffen vanuit openbare en voor allen toegankelijke
gebouwen ; b.v. de Raad en Daadwinkels, de buurthuizen, zorginstellingen
etc. Wij willen een inventarisatie van alle onttrekking aan de woningmarkt
voor welzijnsgebruik. In de toekomst geen flats of huizen meer huren waar
welzijnswerkers "kantoor" kunnen houden.
5 Weg met verkokering en overlapping van diensten en maatschappelijke
organisaties. Er moet in kaart gebracht worden wat LWO/SDL
/woningbouwcorporaties en in de toekomst de WMO (gaan) doen.
6 Het welzijnswerk moet worden ondergebracht in een plat organisatie model .
De overhead moet tot een minimum teruggebracht worden. Welzijnswerkers
dienen zich met de welzijnsklanten en hun noden bezig te houden , niet met
organisatie en administratie. Goed werkende initiatieven van vrijwilligers
behoeven niet onder een welzijnsorganisatie ondergebracht te worden. Indien
zij zelfstandig willen werken, dan moet dat mogelijk zijn.
7 Er moet een openbare aanbesteding en/of inschrijving op de uitvoering
van door de gemeenschap gewenste (gesubsidieerde ) welzijnsprojecten komen. Dit bevordert kwaliteit, concurrentie en vernieuwing.
8 De resultaten van de inspanningen van de welzijnswerkers dienen getoetst
te worden aan de gestelde doelen ; b.v.: Is de sociale cohesie in de wijk
gegroeid, zijn er meer vrijwilligers, zijn er minder verslaafden, wordt er
minder vernield of voelen de senioren zich veiliger.
9 Het Volkshuis dient zich los te maken van het LWO . Het is een cursorische
instelling die niet (meer) thuishoort in het welzijnswerk. Het Volkshuis
dient samen te gaan werken met andere cursorische instituten. Buurthuizen
kunnen indien zij dat wensen de cursussen inkopen bij de cursorische
instellingen.
10 Ook andere stedelijke instellingen zoals "Waves" en "TOS"' zouden
zelfstandige organisaties moeten worden . Waves zou zich meer moeten
richten op sociale activering en het werven van allochtone vrijwilligers.
Marijke van Dobben de Bruijn
Fractie van de VVD Leiden
VVD Leiden ontvangen?
Vul dan hieronder je email in

