Tien punten rond autoparkeren in Leiden
26-10-2005Op woensdag 26 oktober werd het Gemeentelijk Verkeer en Vervoer Plan (GVVP) van het College voor het eerst besproken in de commissie Economie en Verkeer. Tijdens deze bespreking heeft de VVD-Leiden aan de hand van tien punten duidelijk gemaakt, hoe zij de toekomst van het parkeerbeleid op de korte en lange termijn in Leiden graag ziet.
TIEN PUNTEN AUTOPARKEREN VVD-LEIDEN
1. Het totaal aantal parkeerplaatsen moet worden vergroot.
In het GVVP wordt gesteld, dat de capaciteit aan plaatsen in het centrum in 2010 met 1250 zal moeten zijn toegenomen (ten opzichte van de het aantal in 2000) om aan de groeiende bezoekersvraag bezoekers te kunnen voldoen. Onduidelijk blijft echter hoeveel extra plaatsen nodig zijn om in de binnenstad én daarbuiten aan de vraag naar parkeerruimte van bewoners te voldoen.
2. Er moet een openbare en transparante 'parkeerboekhouding' worden bijgehouden.
De VVD-fractie heeft de afgelopen jaren voortdurend gevraagd om een accuraat overzicht van de ontwikkeling van het aantal parkeerplaatsen. Het College heeft hieraan geen gevolg willen gegeven. De parkeerboekhouding is en blijft echter een onmisbaar instrument om de uitgangspunten van het parkeerbeleid met betrekking tot de capaciteitsvraag te kunnen toetsen.
3. Alle parkeeropbrengsten in het zgn. 'Parkeerfonds' moeten daadwerkelijk worden besteed aan nieuwe of vernieuwde parkeervoorzieningen.
Over de besteding van de parkeergelden is het GVVP onvoldoende specifiek: 'meeropbrengsten ondersteunen andere onderdelen van het parkeerbeleid.'
4. De plannen voor ondergrondse parkeergarages op de Kaasmarkt en de Garenmarkt moeten ? indien nodig in samenwerking met marktpartijen - snel concreet worden uitgewerkt.
Het College heeft de mogelijkheid om externe partijen te betrekken bij de ontwikkeling en/of exploitatie van nieuwe parkeergarages niet overwogen in het GVVP. Een visie op samenwerking met marktpartijen ontbreekt.Volstaan wordt met de opmerking, dat 'een heldere afweging moet worden gemaakt voor het beheer en exploitatie van openbare parkeergarages'.
In andere gemeenten is wél bewust gekozen voor een publiek private samenwerking - met organisaties als 'Q-Park' - om de vraag naar ondergrondse bezoekersgarages snel(ler) en adequaat te accomoderen.
5. In de wijken buiten de singels moeten snel actieplannen worden uitgevoerd.
In het Parkeerbeleidsplan (uit 2002) werden 'in de loop van 2002' wijkactieplannen in het vooruitzicht gesteld: overzichten van de mogelijkheden om in de wijken buiten het centrum op maaiveld (extra) parkeerruimte te creeëren. Tot op heden is pas één plan opgesteld.
In het GVVP wordt opnieuw een wijkactieplan in het vooruitzicht gesteld.
6 De routeverwijzing en informatievoorziening over de parkeermogelijkheden in en om de stad moeten worden verbeterd.
Het Parkeerbeleidsplan (uit 2002) beloofde:
• een aanpassing van de parkeerroute;
• de wijziging van het Parkeer Route Informatie Systeem,
• een overzicht van de de financiële consequenties van deze drie maatregelen.
Tot op heden zijn deze beloften nog niet gerealiseerd.
Alle plannen worden opnieuw in het GVVP vermeld.
7. Alternatieve en permanente P+R-voorzieningen ter compensatie van het Haagwegterrein moeten snel worden gerealiseerd.
In het GVVP staan vooralsnog slechts 'denkrichtingen': 'tijdelijk wordt gedacht aan Boshuizerkade of ROC-terrein Haagweg/Ter Haarkade [en] Groenoordhallen- Pernixstrook.' Op de beide locaties zouden in totaal circa 1000 plaatsen kunnen worden gerealiseerd ter vervanging van de minimaal 1200 plaatsen op het Haagwegterrein. Na de ontwikkeling van P+R/Transferia in 2010 (komst RGL) zouden deze tijdelijke locaties weer moeten verdwijnen.
8. Er moeten parkeervergunningen uitgegeven worden waarmee in het hele centrum kan worden geparkeerd.
In de toekomst moet het mogelijk zijn om tegen extra kosten één vergunning aan te vragen geschikt voor het gehele restrictiegebied of een bestaande vergunning hiertoe op te waarderen.
9. Het betaald parkeren moet zich beperken tot parkeergarages en de openbare weg in het centrum binnen de Singels. Dus: géén uitbreiding!
Volgens het GVVP is 'de invoering van betaald parkeren gewenst', en 'het invoeren van parkeerrestrictie een voorwaarde.' Voorgesteld wordt om - zónder verzoeken vanuit de wijk en/of een wijkenquête ? betaald parkeren in te voeren in 11 wijken: Tuinstadwijk, Professorenwijk-west,
Burgemeesterswijk, Rijndijkbuurt, De Kooi, Noorderkwartier, Groenoord, De Waard, Haagweg-Noord, Transvaalbuurt en Houtkwartier.
10. Er moet een actuele en specifiek Leidse parkeernorm worden
vastgesteld die bij álle ruimtelijke plannen wordt toegepast.
In het GVVP wordt geconstateerd, dat er van een specifiek voor Leiden vastgestelde parkeernormering die bij de plantoetsing kan worden toegepast nog steeds geen sprake is. De vaststelling van deze normen wordt als een actiepunt benoemd.
Raadslid VVD
VVD Leiden ontvangen?
Vul dan hieronder je email in


